Tienduizenden producten handmatig in je eigen categorieboom indelen gaat niet. Automatisering kan echter meer kwaad dan goed doen als ze op verkeerde principes rust.
Regels op woorden in de naam zijn een valkuil
De regel “staat er een getal en g in de naam, dan is het spinaas” deelt een paar pluggen goed in en duizenden hengels, voerkorven en loodjes fout. Het woord “Fluoro” in de naam van een kunstaas is een kleur, geen fluorocarbonlijn. “X8” is een beetverklikkermodel, geen 8-draads gevlochten lijn. Zulke fouten vallen niet op: het product is ingedeeld, alleen verkeerd, en niemand merkt het.
Producttype, niet één woord
Eerst moet je bepalen wat het product is (hengel, voerkorf, kunstaas) en pas daarna waar het hoort. Kleur, model, gewicht en lengte zijn kenmerken. Materiaal kan een type zijn als de markt het assortiment zo indeelt, bijvoorbeeld fluorocarbonlijnen.
Meerdere aanwijzingen in plaats van één
- de categorie van de leverancier (als die homogeen is),
- dezelfde EAN bij referentiewinkels en hun categorie,
- de definitie van jouw categorie: wat er wel en niet in hoort,
- de gelijkenis met producten die je al hebt bevestigd.
Deel alleen automatisch in als minstens twee aanwijzingen overeenkomen. Laat de rest ter controle, gegroepeerd per leverancierscategorie, zodat één beslissing de hele groep oplost.
Let op gemengde groepen
De leverancierscategorie “Rods” kan zowel hengels als reservetopjes bevatten. Stuur je die in zijn geheel naar “Hengels”, dan belanden de topjes daar ook. Controleer daarom vóór een massale indeling of de producten in de groep van hetzelfde type zijn.
Meet de nauwkeurigheid
Zonder meting weet je niet of de indeling werkt. Houd een geverifieerde steekproef van producten bij en vergelijk regelmatig. Daalt de nauwkeurigheid, schakel de automatisering dan over op alleen voorstellen.